node-red/packages/node_modules/@node-red/nodes/locales/nl-NL/function/90-exec.html

85 lines
5.2 KiB
HTML

<!--
Copyright JS Foundation and other contributors, http://js.foundation
Licensed under the Apache License, Version 2.0 (the "License");
you may not use this file except in compliance with the License.
You may obtain a copy of the License at
http://www.apache.org/licenses/LICENSE-2.0
Unless required by applicable law or agreed to in writing, software
distributed under the License is distributed on an "AS IS" BASIS,
WITHOUT WARRANTIES OR CONDITIONS OF ANY KIND, either express or implied.
See the License for the specific language governing permissions and
limitations under the License.
-->
<script type="text/html" data-help-name="exec">
<p>Voert een systeemcommando uit en retourneert de uitvoer.</p>
<p>De node kan worden geconfigureerd om te wachten tot het commando is voltooid, of om de
uitvoer te verzenden terwijl het commando deze genereert.</p>
<p>Het uit te voeren commando kan worden geconfigureerd in de node of worden geleverd door het ontvangen
bericht.</p>
<h3>Invoer</h3>
<dl class="message-properties">
<dt class="optional">payload <span class="property-type">string</span></dt>
<dd>indien zo geconfigureerd, wordt dit toegevoegd aan het uitgevoerde commando.</dd>
<dt class="optional">kill <span class="property-type">string</span></dt>
<dd>het type kill-signaal om naar een bestaand exec-nodeproces te sturen.</dd>
<dt class="optional">pid <span class="property-type">number|string</span></dt>
<dd>de proces-ID van een bestaand exec-nodeproces om te beeindigen.</dd>
</dl>
<h3>Uitvoer</h3>
<ol class="node-ports">
<li>Standaarduitvoer
<dl class="message-properties">
<dt>payload <span class="property-type">string</span></dt>
<dd>de standaarduitvoer van het commando.</dd>
</dl>
<dl class="message-properties">
<dt>rc <span class="property-type">object</span></dt>
<dd>alleen exec-modus, een kopie van het retourcodeobject (ook beschikbaar op poort 3)</dd>
</dl>
</li>
<li>Standaardfout
<dl class="message-properties">
<dt>payload <span class="property-type">string</span></dt>
<dd>de standaardfout van het commando.</dd>
</dl>
<dl class="message-properties">
<dt>rc <span class="property-type">object</span></dt>
<dd>alleen exec-modus, een kopie van het retourcodeobject (ook beschikbaar op poort 3)</dd>
</dl>
</li>
<li>Retourcode
<dl class="message-properties">
<dt>payload <span class="property-type">object</span></dt>
<dd>een object met de retourcode, en mogelijk <code>message</code>, <code>signal</code> eigenschappen.</dd>
</dl>
</li>
</ol>
<h3>Details</h3>
<p>Standaard wordt de <code>exec</code> systeemaanroep gebruikt die het commando aanroept, wacht tot het voltooid is en vervolgens
de uitvoer retourneert. Bijvoorbeeld een succesvol commando zou een retourcode van <code>{ code: 0 }</code> moeten hebben.</p>
<p>Optioneel kan <code>spawn</code> worden gebruikt, dat de uitvoer van stdout en stderr retourneert
terwijl het commando wordt uitgevoerd, meestal een regel per keer. Na voltooiing retourneert het een object
op de 3e poort. Bijvoorbeeld, een succesvol commando zou <code>{ code: 0 }</code> moeten retourneren.</p>
<p>Fouten kunnen extra informatie retourneren op de 3e poort <code>msg.payload</code>, zoals een <code>message</code> string,
<code>signal</code> string.</p>
<p>Het uit te voeren commando wordt gedefinieerd in de node, met een optie om <code>msg.payload</code> toe te voegen en een verdere set parameters.</p>
<p>Commando's of parameters met spaties moeten tussen aanhalingstekens worden geplaatst - <code>"Dit is een enkele parameter"</code></p>
<p>De geretourneerde <code>payload</code> is meestal een <i>string</i>, tenzij niet-UTF8 tekens worden gedetecteerd, in welk
geval het een <i>buffer</i> is.</p>
<p>Het statuspictogram en PID van de node zijn zichtbaar terwijl de node actief is. Wijzigingen hierin kunnen worden gelezen door de <code>Status</code> node.</p>
<p>De optie <code>Verberg console</code> verbergt de procesconsole die normaal wordt weergegeven op Windows-systemen.</p>
<h4>Processen beeindigen</h4>
<p>Het verzenden van <code>msg.kill</code> zal een enkel actief proces beeindigen. <code>msg.kill</code> moet een string zijn met
het type signaal dat moet worden verzonden, bijvoorbeeld <code>SIGINT</code>, <code>SIGQUIT</code> of <code>SIGHUP</code>.
Standaard is <code>SIGTERM</code> als het is ingesteld op een lege string.</p>
<p>Als de node meer dan een proces draait, moet <code>msg.pid</code> ook worden ingesteld met de waarde van de PID die moet worden beeindigd.</p>
<p>Als een waarde is opgegeven in het <code>Timeout</code> veld en het proces niet is voltooid wanneer het opgegeven aantal seconden is verstreken, wordt het proces automatisch beeindigd</p>
<p>Tip: als je een Python-app uitvoert, moet je mogelijk de <code>-u</code> parameter gebruiken om te voorkomen dat de uitvoer wordt gebufferd.</p>
</script>